Achttiende eeuw: de eerste hortulanus

Vanaf 1642 kreeg de familie Munting een kleine vergoeding voor de zorg van de tuin. Om de tuin goed te kunnen onderhouden, was de familie gedwongen geld te lenen. In 1690 waren de schulden zo hoog opgelopen dat de schuldeisers aandrongen op verkoop. De Provincie kocht de tuin op 29 januari 1691 voor 3700 gulden. Sindsdien is de tuin overheidsbezit.

Hoogleraren woonden in het huis in de Rozenstraat en moesten nog jarenlang zelf veel tuinwerk doen. Pas in 1762 kwam er een hortulanus/tuinman die zes jaar later een woning op het terrein kreeg. Aan het eind van de 18de eeuw werd het personeel van de botanische tuin verder uitgebreid.

De tuin aan de Rozenstraat in het centrum van Groningen was eerst 35 bij 40 meter groot. Later is het terrein langzamerhand uitgebreid tot ongeveer 1 hectare. Op het terrein werden in de 18e en 19e eeuw kleine kassen gebouwd.

>> De Hortus in de 19e eeuw

<< Terug naar de 17e eeuw