hortus_boerderij

Geschiedenis van de Hortus Haren

Apotheker Henricus Munting vestigde zich na vele jaren reizen door Europa in 1626 in Groningen. Achter zijn huis in de Rozenstraat legde hij een tuin aan met vele gewassen. De tuin stond al snel goed aangeschreven, mede omdat Muntings vrienden hem planten zonden uit heel Europa. In 1642 bood de apotheker de tuin aan de Staten van Stad en Lande aan. Op deze manier kon de tuin in stand worden gehouden voor de Academie en de inwoners van Groningen. De Universiteit kreeg toen een plantentuin. Munting werd benoemd tot provinciaal botanicus met een leeropdracht. De eerste catalogus van de tuin werd in 1646 uitgegeven en bevatte namen van planten uit alle werelddelen. In 1654 werd Munting, hij was toen 71 jaar oud, hoogleraar in de botanie. Hij werd daarmee de eerste hoogleraar speciaal voor de plantkunde in de Republiek der Verenigde Nederlanden.

Het bleek moeilijk alle planten – vooral die uit warmere streken – in leven te houden. De Staten stelden daarom in 1656 het bedrag van 1200 gulden beschikbaar voor een reconditorium. Dit is een verwarmde kas, ook wel een orangerie genoemd. In de kas bloeide in 1675 voor het eerst de Agave. Dit was een primeur in de Republiek.

Na het overlijden van Henricus Munting in 1658 werd hij opgevolgd door zijn zoon Abraham. Hij was al enige jaren de adjunct van zijn vader. Abraham publiceerde het boek Waare oeffening der planten. Hierin schreef hij veel over zijn eigen ervaringen met het kweken van planten. Toen Abraham in 1683 overleed, werd hij opgevolgd door zijn zoon Albert Munting.

>> De Hortus in de 18e eeuw