cursussen botanisch tekenen

De ontdekking van de Hortus: Rembrandt van de rozen

Rembrandt van de rozen
De bloemenpracht in de tuinen is zo in het voorjaar een lust voor het oog. Bezoekers van de Hortus fotograferen zich dan ook een slag in de rondte om de bekoorlijke borders, bloesemende bomen en bergen börgbloumkes vast te leggen. De aandacht die wordt besteed aan het schieten van een plaatje verschilt per bezoeker. Sommigen doen het uit de losse pols met een mobieltje. Anderen nemen alle tijd om, gewapend met geavanceerde apparatuur, van elke foto een kunstwerkje te maken.

Voordeel van het fotograferen van flora is dat de objecten niet weglopen maar rustig blijven staan, terwijl de fotograaf zijn werk doet. Tegelijk is dit een nadeel: de plant kan niet op commando een fotogenieke pose aannemen. Dit houdt in dat de fotograaf zich in allerlei bochten moet wringen om de juiste hoek en belichting te vinden. Maar als het tot een goed resultaat leidt is het alle inspanning dubbel en dwars waard geweest. Terwijl de lenteklokjes in werkelijkheid al lang hun kopjes hebben laten hangen en de kersenbloesemblaadjes verstrooid om zich heen kijken, zijn ze nog steeds in vol ornaat te bewonderen.
Er zijn ook mensen, die zo nu en dan op verzoek van de Hortus op fotosafari gaan in de tuinen. De foto’s worden o.a. gebruikt op kaartjes die in de tuinen worden geplaatst, zodat bezoekers houvast krijgen om de desbetreffende planten te ontdekken in de grote massa.

Voor de opkomst van de fotocamera werden planten ook al vereeuwigd. Vanaf de vijftiende eeuw verschenen illustraties van planten in kruidenboeken, bedoeld voor artsen en apothekers. In de zeventiende en achttiende eeuw werd het uitgeven van een ‘florilegium’ populair, een boek waarin verschillende soorten bloemen en planten zijn gerangschikt en afgebeeld. In de achttiende eeuw brachten liefhebbers uit alle hoeken van de wereld exotische en zeldzame planten naar Europa. Dat waren de hoogtijdagen voor botanisch kunstenaars, die de opdracht kregen om bijzondere planten te tekenen, zodat de kennis kon worden bewaard en verspreid. Ook gingen botanisch tekenaars mee op reizen naar verre oorden om ter plekke planten te tekenen.

Een beroemde zeventiende eeuwse botanisch kunstenaar is Basilius Besler, die in 1613 de Hortus Eystettensis publiceerde. Een boekwerk met 367 kopergravures van planten uit de tuinen van Prins-Bisschop Johann Konrad von Gemmingen uit Eichstätt. In de tweede helft van de zeventiende eeuw verschenen van de hand van Maria Sybilla Merian enkele prachtig geïllustreerde ‘Blumenbücher’. Aan het eind van de achttiende en begin van de negentiende eeuw was  Pierre-Joseph Redouté in dienst als hofschilder van de Franse koningin Marie Antoinette en later van keizerin Josephine, echtgenote van Napoleon. Redouté heeft niet alleen een omvangrijk oeuvre nagelaten, maar zijn werk is ook van een uitzonderlijk hoog artistiek gehalte. Hij wordt daarom wel de Rembrandt van de rozen genoemd.

De kunst van het botanisch tekenen wordt nog steeds bedreven voor wetenschappelijke doeleinden. Steeds meer mensen (her)ontdekken botanische kunst en vinden het leuk om zich hierin te bekwamen. Dat kan dit jaar ook in onze Hortus. Leden van de Vereniging Botanisch Kunstenaars Nederland geven workshops en cursussen botanisch tekenen. Wie weet zit er tussen de deelnemers wel een toekomstige Helmantel van de Helleborus of een Röling van de Rapunzel.

De ontdekking van de Hortus is een column van Wietske Couperus.
Lees de vorige column Bescherm en Bewonder
Alle columns van Wietske

naar nieuwsoverzicht