jaar van de botanische tuinen

De ontdekking van de Hortus: Bescherm en Bewonder

Bescherm en Bewonder

Bijna 350 jaar maakte onze hortus deel uit van de Groningse universiteit. De tuin en kassen met daarin veel bijzondere planten, struiken en bomen waren plekken waar wetenschappelijk onderzoek plaatsvond. Maar toen in 1986 de leerstoel botanie aan de universiteit werd opgeheven verloor de hortus haar functie als onderzoeksplaats. De planten, struiken en bomen trokken zich hier niets van aan en bleven gewoon dat doen waar ze goed in zijn: groeien en bloeien. Tot groot genoegen van bezoekers.

In de in 2016 gesloopte kantoorgebouwen was een deur met daarop het intrigerende opschrift ‘Zaadkamer’. De ruimte erachter was een schatkamer, gevuld met kasten vol laden vol doosjes vol zaadjes. Stille getuigen van een roemrijk verleden.
Maar is de hortus dan nu gewoon een leuk park, waar je met je familie kunt picknicken of waar je een ommetje kunt maken met je hond? Hmmm, nee dat niet.

Onze hortus is één van de 25 botanische tuinen, die is aangesloten bij De Nederlandse Vereniging van Botanische Tuinen, de NVBT. Samen profileren de tuinen zich dit jaar als Hortus Botanic Guardians: hoeders en poortwachters van biodiversiteit. In de tuinen staan namelijk veel kwetsbare of bedreigde soorten, planten die niet meer voorkomen in Nederland of zelfs helemaal nergens meer in het wild te vinden zijn. Elke tuin heeft een eigen selectie gemaakt van de meest bijzondere, kwetsbare of bedreigde exemplaren, die ze bezitten. Deze zijn uitgeroepen tot ‘Kroonjuwelen’.

In tegenstelling tot de kroonjuwelen van de koninklijke familie worden die van ons niet in een kluis bewaard en staan er ook geen bewakers naast. Sommigen vragen er zelfs om aangeraakt te worden. Zoals onze Mammoetboom, de Sequioadendron giganteum. De boom heeft een decimeters dikke sponsachtige bast, die hem beschermt bij bosbranden. De stam voelt daardoor heel zacht aan en veert mee bij aanraking, net als een boksbal. Dit heeft de mammoetboom de bijnaam ‘boksboom’ opgeleverd.

De mammoetboom kan dus tegen een stootje, andere kroonjuwelen zijn teerder en verdragen geen hardhandige aanpak. De Moeraswespenorchis, Epipactis palustris, is een kwetsbaar plantje, dat zijn naam dankt aan het feit dat bestuiving alleen plaatsvindt door plooivleugelwespen. Ook de Kranssalomonszegel, Polygonatum verticillatum, is een gevoelige soort. Eentje waar je beter met je handen van af kunt blijven, want het is een giftig plantje.

En zo zijn er veel meer kroonjuwelen te vinden verspreid door onze tuin. Helaas zijn ze niet allemaal tegelijkertijd in volle glorie te bewonderen, omdat de bloeitijd van de planten variëert. De een schittert in het vroege voorjaar, de ander toont zijn pracht pas in de zomer. Je kunt het dus vergelijken met een wisseltentoonstelling in een museum. Welkom in ons buitengewoon bijzondere openluchtmuseum!

De ontdekking van de Hortus is een column van Wietske Couperus.
Lees de vorige column Kraamtijd
Alle columns van Wietske

naar nieuwsoverzicht